Inhoud en niveau

Handig met getallen

Inhoudelijke informatie

 

In de rekenwerkboeken Handig met getallen (HMG) van uitgeverij Cantal komen alle inhouden en begrippen van de ‘Kennisbasis wiskunde voor de Pabo, 2018’ uitgebreid aan bod. Elk deel van Handig met getallen (HMG) behandelt uitgebreid één van de vijf domeinen, soms in een a- en b-deel. De voorbeelden, instructie, opdrachten en toets in een HMG werkboek zijn gebaseerd op de ervaring van de auteurs en bovendien afgestemd op de ‘Referentieniveaus rekenen‘ (SLO, 2009). HMG bereidt je derhalve gedegen voor op de Kennisbasistoets Wiskunde.

 

Kennisbasis als richtlijn

De werkboeken van Handig met getallen (HMG) volgen de indeling in vijf domeinen die je ook in de ‘Kennisbasis wiskunde voor de Pabo (2018)‘ aantreft. Elk werkboek behandelt een domein. Voor de domeinen 1 en 2 gebeurt dat – vanwege de grootte van die domeinen – in twee delen (1a, 1b, 2a en 2b). HMG behandelt niet alleen de inhouden van de Kennisbasis; ook de belangrijke begrippen uit de Kennisbasis komen – voorzien van definitie, beschrijving en voorbeelden – in elk hoofdstuk aan de orde d.m.v. een paragraaf ‘Kernbegrippen Kennisbasis’.
Beheers je de stof van HMG, dan kun je de Kennisbasistoets met een gerust hart tegemoet zien.

Niveau
HMG ‘stapt in’ op niveau 2F dat door de SLO (2009) wordt gezien als ‘algemeen maatschappelijk niveau’. HMG werkt vervolgens stap voor stap toe naar niveau 3S, het niveau dat je als leraar basisonderwijs dient te beheersen (SLO, 2009). De SLO (Stichting Leerplan Ontwikkeling heeft in 2009 voor elke vorm van onderwijs, behalve wetenschappelijk onderwijs, beschreven aan welk niveau het aanbod voor rekenen moet voldoen. Deze zogenaamde referentieniveaus rekenen staan omschreven in de publicatie ‘Referentieniveaus rekenen, SLO 2009’.

Professionele gecijferdheid
Leraren basisonderwijs worden geacht ‘professioneel gecijferd’ te zijn. Dat wil zo veel zeggen als: de stof op zo’n niveau beheersen dat je er ‘boven kunt staan’. Een leerkracht basisonderwijs moet de rekenstof immers niet alleen zelf op een hoog niveau beheersen, maar moet die kennis flexibel kunnen toepassen en zo kinderen helpen zich de rekenstof eigen te maken.

Vaste structuur en herkenbare opbouw
HMG heeft een systematische, herkenbare structuur en vaste opbouw. De uitgewerkte voorbeelden met heldere uitleg, het grote aantal aantal oefenopgaven per onderdeel, het gebruik van modellen die ook op de basisschool worden gebruikt, de paragraaf ‘Gevarieerd oefenen’ en de toets aan het eind van elk hoofdstuk helpen je om je de stof eigen te maken. Een vast onderdeel van nagenoeg elk hoofdstuk is bovendien het ‘Leerlingen- en studentenwerk’. Je leert het werk van kinderen en andere studenten te analyseren en begrijpen.
De werkboeken zijn praktisch van opzet en gebruiksvriendelijk, o.a. door het A4 formaat met ringband (omslaan en doorwerken), voldoende schrijf- en antwoordruimte(!) bij de opgaven, de overzichtelijke lay-out en de antwoorden achter in het boek.

Meer weten?

Deze pagina geeft je een globaal beeld van de inhoud, het niveau en de opbouw van Handig met getallen. Wil je daar meer over weten, lees dan deze toelichting.

 

Werkwijze

Als je zeker wilt zijn van een gedegen voorbereiding op de Kennisbasistoets, werk dan het hele Werkboek systematisch en nauwkeurig door en maak alle opgaven. Je voorbereiding is dan optimaal.
Maar, je kunt Handig met getallen ook flexibel gebruiken:

  • Je kunt de opgaven die je (erg) gemakkelijk vindt eventueel overslaan. Maar, probeer er af en toe wel eentje uit om te zien of je inschatting klopt. Op die manier ga je sneller door het werkboek heen.
  • Ben je écht heel zeker van je eigen gecijferdheid, maak dan bijvoorbeeld de ‘Gevarieerde opgaven’ als eerste. Je krijgt daarmee een redelijk beeld van je eigen niveau. Aansluitend bestudeer je de onderdelen die je nog lastig vindt.

Houd er bij je keuze voor een werkwijze rekening mee dat ‘gecijferdheid’ meer is dan het zelf correct kunnen uitrekenen van opgaven. Het gaat ook om de efficiëntie en effectiviteit van je oplossingen en om je (correcte gebruik van modellen en schema’s. Het is onvoldoende als je alleen maar bezig bent met het juiste antwoord. Eigenlijk moet je een opgave op verschillende manier kunnen oplossen. Dat helpt ook om je voor te stellen hoe iemand anders de opgaven oplost of waarom een opgave lastig kan zijn. De paragrafen ‘Leerlingenwerk’ en ‘Studentenwerk’ (soms samengevoegd) helpen je daarbij. In die paragrafen leer je oplossingen van anderen te begrijpen en te beoordelen.